Teelttip Garpo - 15 juli 2019

Garpo heeft de eerste beproeving achter de rug met het warme weer en een droog klimaat. Toch kunnen we zeggen dat het ras deze beproeving goed heeft doorstaan. Een krachtig gewas is hierbij duidelijk in het voordeel. Ook de wisselende omstandigheden in vocht geven vaak aanleiding tot het ontstaan van meeldauw. Op een enkele stip na blijkt de tolerantie hiertegen ook van grote waarde. 

STAND VAN DE GEWASSEN

Traditioneel
Er zijn natuurlijk nu veel verschillende plantstadia. Bij de oudere teelten zien we dat het gewas zich goed staande hield met het warme weer. Wel zagen we iets meer sliertige ranken ontstaan en ook iets minder bloei. Duidelijk was wel dat bij minder plantbelasting de bloei al snel terugkomt en dat een hoog etmaal van 24 graden of meer tijdelijk geen probleem vormde voor het gewas. Feit blijft dat temperatuur een minder schadelijk effect heeft op het gewas als het vocht in de kas maar op peil blijft. Ook bleef het gewas redelijk open van karakter. Wel is de verwachting dat het gewas met iets minder plantbelasting en hogere nachttemperaturen gemakkelijk vegetatief gaat groeien. Daarom blijf regelmatig blad wegplukken aan de voorkant zeer belangrijk. Top de nieuwe ranken snel op 4/5 bladeren.
Bij de nieuwe planting is het belangrijk om het gewas krachtig naar boven toe te laten gaan. Houd dan ook de 1e vrucht aan op het 6e of 7e oksel, houd 2 vruchten aan en snoei vervolgens 1 vrucht. Naar gelang de kracht en de hoeveelheid bladeren onder de draad kan er na iedere 2 of 3 vruchten nog een vrucht worden verwijderd. Pas ook op met (teveel) aanhouden van dubbele vruchten. Garpo zorgt voor voldoende afsplitsingsnelheid en zeker bij hogere temperaturen. Evenwichtige plantbelasting zorgt ervoor dat de vruchten goed volgedrukt blijven. Met het mooie weer is er tijdelijk lager in Ec gedruppeld maar met de komende tijd is het belangrijk dat Ec minimaal op 3,0 maar liever op 3,5 wordt gehouden met eventueel een 0,5 punt lichtafbouw.

Hogedraad
Bij de hogedraad teelten kennen we nu twee groepen. Diegenen die nieuw geplant hebben en diegenen die nog vroeg geplant hebben.  Bij deze laatste groep zien we dat de koppen door de hogere etmaaltemperaturen dunner zijn geworden. Ook van te groot blad was tot nu toe geen sprake door de schrale omstandigheden. Er is afgelopen tijd veel geoogst met uitschieters tot 12 stuks per m2. Mede door het warme weer is er hier en daar wel wat achtergelopen met het werk. Mede door de snelle aanleg en lage aantal (geen) geaborteerde vruchten wordt er nu meer over gesproken om meer vruchten weg te nemen in een eerdere periode, waardoor er maximaal 10 stuks geoogst kunnen worden. Voor de nauwere stengelafstanden die na 10 september gekopt worden, is het verstandig om per begin augustus (5 tot 10) de afstand terug te brengen naar 2,25-2,4 st/m2.

Schematische voorstelling met gemiddeld licht en terugbrengen van stengelafstand en om en om snoeien. Met als voorbeeld hierbij teruggebracht naar een stengelafstand van 2,4. Bedenk wel dat een ruimere stengelafstand vaak een snellere afsplitsing geeft.

Globaal kunnen we zeggen dat elke vrucht per m2 1000 joules nodig heeft per week. Dus 6000 joules max. 6 vruchten. Hierdoor kunnen we ons snoeibeleid ook meer gaan aanpassen.

Dit zelfde geldt ook voor de LAI. Deze wordt gemeten aan de hand van bladbreedte/bladlengte gecombineerd met stengels per m2 en aantal bladeren aan de plant. Eigenlijk zou de LAI afgestemd moeten worden door het aantal bladeren bij een verschillende lichtsom. Met wisselende bladoppervlakte is dit soms lastig. Feit is dat met afnemend licht dit gecorrigeerd kan worden door een (kop-) blaadje mee te nemen en vermindering van het aantal stengels.

Klimaat
Met koelere nachten blijf het opletten dat er niet te koud de nacht wordt uitgekomen. Blijf goed terug op temperatuur komen van 19-20 graden C tijdens het zon-op-moment. Omdat het vocht in de ochtend nu meer gaat toenemen, blijft het ook belangrijk om in de uren tussen 4.00 en 9.00 een min. buis aan te houden van 45 graden C. Ga ook in de ochtend kort op de stooktemperatuur luchten met weinig naloop aan de windzijde. Vanaf 10.00 uur mag de windzijde langzaamaan meer nalopen of dichtlopen. Tijdens warme periode en schrale omstandigheden hebben we kunnen zien dat het knijpen van de windzijde bijdraagt aan het vochtbehoud in de dag-periode. Het laagste vocht wordt vaak gemeten tussen 15.00 en 19.00 uur. Maar ook met het te vroeg afluchten voor zon-onder wordt nog te snel vocht verloren. De windzijde dichthouden tot middernacht met schrale buitenomstandigheden werkte tot nu toe het beste. In Frankrijk is er afgelopen tijd veel gewerkt met hogedrukverneveling en gebruik van krijt/scherm in combinatie met knijpen van de windzijde. Een dagtemperatuur van 40 graden gaf verhoudingsgewijs weinig problemen met behoud van vocht. Een gewas kan een hogere temperatuur aan mits het vocht kan worden behouden.

Watergift
Voor een goede inworteling mag de mat-Ec bij start niet hoger zijn dan 2.5-2,8. Pas wel snel uw druppel-Ec aan na inworteling en streef dan naar 3.0 of hoger.  Na de inwortelfase is het belangrijk om de wortelgroei te bevorderen tot de vruchtvormingsfase (1e afgebloeide vrucht). In deze fase heeft de plant vaak maar 1 tot 2 cc per joules nodig (afhankelijk van diversen factoren) en mag er gewerkt worden aan intering van de matten van 10-15%. (Wel overdag vlot gieten) Vaak geeft langer water geven in deze fase meer problemen met wortel kwaliteit nadien. Na vruchtvormingsfase is een tekort aan water al snel belemmerend voor de uitgroei van de vruchten. Streef daarom in deze periode naar minimaal 3.5 cc per joules. Start om 8.00-8.30 uur met watergeven (afhankelijk van buis, buitentemperatuur, vocht kas etc.) en ga op licht langer door (tot 19.00-19.30 uur, afhankelijk van buis, buitentemperatuur, vocht kas etc.). Realiseer voldoende drain en geef een nachtbeurt afhankelijk van de intering van de mat (bepalend door stand van het gewas, plantbelasting, gerealiseerde buis, schermuren etc.). Zorg bij eventueel zichtbaar worden van chlorose voor een ruime gift van ijzer en mangaan. Houd de druppel-Ec op minimaal 3.3-3,5 maar ga met licht al snel naar de 3,0-2,8. Streef Ec van de mat tussen de 3,0 en 3,5 aanhouden.

Werk ook bij meer vruchtdracht met een hogere Kaligift.

Plagen
Wantsen en tripsen blijven snel op komen zetten. We zien dan ook snel schade hiervan. Wantschade door geprikte koppen en misvormde vruchten. Trips zorgt al snel voor kromme vruchten.  Dit jaar wordt er meer gekozen om snel na het planten of met het planten spintroofmijten uit te zetten ten strijde tegen de spint. Toch mogen we de komende tijd ook de witte vlieg en luis niet uit het oog verliezen.

Tips/Aandachtspunten
Steeds meer telers kiezen voor wisselen van de druppelaars tijdens de teeltwisseling.

Traditioneel

  • Bij de gewassen die nu net in productie zijn is het beter om lichtere komkommers te snijden en bij voorkeur iedere dag omdat anders de plantbelasting te hoog wordt.
  • Verwijder blad tot 1e vrucht.
  • Neem een kopblaadje aan de voorkant weg met het koppen.
  • Top ranken reeds na 4 tot 5 bladeren.
  • Bij ontwikkeling van de ranken neem 1 à 2 bladeren weg aan de hoofdstam.

Hogedraad

  • De meeste telers blijven om en om dunnen. Toch kan het verstandig zijn om bij aanleg van 6-7 bladeren een extra gat van 2 oksels te maken zodat er maximaal 9 vruchten per week geoogst worden. Dit om te investeren in kracht.
  • Blijf frequent oogsten waarbij er maximaal vruchten worden geoogst van 400-425 gram. Bij zware belasting is het beter om vruchten te snijden van 350-375 gram.
  • Met blad verwijderen goed bijblijven tot oogst 1e vrucht.
  • Verdeel de planten goed over de draad.
  • Neem bij voldoende bladvulling vanaf half juli een kopblaadje weg met het verwijderen van het vruchtje. Doe dit in het begin maximaal wekelijks maar naar augustus per twee weggenomen vruchten.
  • Bladplukken waarbij er een lang steeltje blijft staan is een mogelijkheid in de laatste weken om arbeidsbesparing toe te passen. Nadeel is wel dat het stengelpakket snel groter wordt en de karren gemakkelijk blijven hangen.
  • Terug toppen is afhankelijk wanneer de einddatum is. Als men stopt voor eind augustus dan is terug toppen niet aan de orde. Gaat men door tot oktober: breng dan de plantafstand per begin augustus terug naar 2,1 of 2,4. Afhankelijk van de lichtdoorlatenheid de kas en de einddatum.
  • Hou rekening met een oplopende uitgroeiduur naar het najaar toe.
  • Globaal: hangt af van diverse factoren (licht, temperatuur, plantbelasting etc)

Meer weten? Neem gerust contact op met één van onze accountmanagers.

Informatie die door Bayer Group of haar medewerkers wordt gegeven, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, gebeurt in goed vertrouwen, maar dient niet beschouwd te worden als een garantie van Bayer Group met betrekking tot prestaties en geschiktheid van haar rassen. Resultaten kunnen variëren onder invloed van klimatologische of andere omstandigheden. Bayer Group aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid met betrekking tot de geleverde informatie.