Herfsttomaten teelttip week 37 - 2018

De laatste herfsttomaten zijn deze week geplant.

Voor de komende dagen zien we nog een normaal weertype voor deze tijd van het jaar. Enkele koudere nachten en overdag wisselend. Vanaf het weekend komt de zomer weer terug. Dan krijgen we kans op temperaturen hoger dan 25 °C en ook nachttemperaturen hoger dan 15 °C, dit is zeer hoog voor de tijd van het jaar.

Plantmateriaal:
De planten die we zien in de praktijk zijn per partij zeer wisselend. Sommige partijen bloeien bij het planten al volop met 4-5 bloemen per tros en andere partijen bloeien nog maar net. Verschillen van 2- 3 dagen qua ontwikkeling komen we wel tegen.

Enkele zaken betreffende plantmateriaal:

  • Scheuten zijn zeer ongelijk gekomen. Plantmateriaal is beduidend ongelijker ten opzichte van voorgaande jaren.
  • Volume van het plantmateriaal is per partij en kweker verschillend. Verschillen in opkweek betreffende belichting en toppen zijn zeer bepalend in de grofheid van planten.
  • De planten zijn ver in ontwikkeling wat betreft bloei bij het planten ten opzichte van vorig jaar. Nu zien we planten waar men 4-5 bloemen open heeft, bij het planten. Goede wortels zijn dan wel vereist zodat men voldoende wortelontwikkeling heeft voordat de vruchten flink gaan uitgroeien.
  • Bij de kassen met Tourance (niet getopt) ziet men enkele dagen later bloei. Net zoals vorig jaar 1-2 dagen na het planten.
  • Goede wortels bij het planten zijn essentieel voor een goede productie, sterker gewas door minder pythiumdruk en magnesiumgebrek in een later stadium. Potten moeten over de gehele oppervlakte inwortelen.
Foto: goede wortelontwikkeling over de gehele pot

Teelt:
De laatste herfsttomaten zijn deze week geplant!

Wel zien best wel veel onderlinge ongelijkheid tussen de planten. Daar het bij Speedella overal getopte planten zijn, ziet men dit hier meer voorkomen. Zeker dit jaar valt het op. Weersomstandigheden tijdens de opkweek hebben hier veel invloed op gehad.  Probeer deze goed uit te selecteren, omdat dit in een later stadium vaak de planten zijn met het eerste magnesium gebrek.

Verschillen in planttype zijn echter nog steeds vrij groot ook generatief.  Binnen één week na het planten soms al volop bloei 2de tros. De koppen zijn bij dit planttype vaak al dun.  Bij dit soort planten zal men niet te hoge dag en etmaal temperaturen kunnen realiseren. Daarbij zijn er ook kassen waar de bloei iets later is en te weinig grofheid tot planten die voldoende inhoud/grofheid hebben en met voldoende sterke wortels.

Bij de teelten die er al minimaal één week instaan zien we ondanks het minder weer een voldoende groeizame plant.

Ook getopte planten die toch enkele dagen tot een week na het planten redelijk wat overschot hebben. Echter dag langer maken en hoge etmalen realiseren (bijvoorbeeld 22 °C) is een utopie. Ook bij de niet getopte planten, zoals Tourance, zien we dat deze etmalen momenteel niet nodig zijn om de plant in balans te krijgen.

De snelheid van trosafsplitsing is beduidend sneller dan vorig jaar. Twee weken na het planten kan men normaal men 3 trossen in bloei hebben en dit kan dit jaar ook, terwijl dit vorig jaar op veel bedrijven niet lukte.

Foto: plant die na enkele dagen al overschot in de kop heeft door iets te “krullen”

Tros opbouw is zeer goed te noemen bij de Speedella en Tourance. Zoals we nu kunnen zien dit jaar weinig bonken en ook veel minder trossen met 3 of 4 vruchten/ tros vergeleken met vorig jaar.

Kwaliteit:
Tomaten telen naar de donkerste periode van het jaar toe met een goede kwaliteit is vaak een flinke opgave.

Een goede trossnoei op de eerste tros is dan een vereiste, alsmede de discussie van hoeveel vruchten per tros aanhouden. Streven moet altijd zijn om productie te koppelen aan kwaliteit. Tracht daarom rekening te houden met snoeibeleid van de eerste tros (5 of 6 vruchten bij Speedella)

Ziet u “bonken” op de eerste tros en/of splijttrossen. Haal de “bonken” tijdig weg zodat dit niet ten koste gaat van de uitgroei van de overige vruchten en bij de splijttrossen niet meer vruchten aanhouden dan men normaal zou doen, wil men op 5 vruchten snoeien dan trachten één kant van de tros geheel weg te halen en bij 6 vruchten eventueel 2 x 3 vruchten/ tros. 

Wel kan het zijn dat er weinig strekking op de trossen zit waardoor men in een later stadium meer kans heeft op het afduwen van vruchten. Met iets hogere temperaturen opstoken in de ochtend (voor zon op opstoken) waardoor men meer strekking krijgt kan al voldoende zijn.

Gaat men voor 5 trossen dan is het te overwegen om de eerste tros op 5 vruchten te snoeien, hoe eerder deze immers geoogst kan worden, zoveel sneller groeien de laatste trossen uit. De praktijk leert ons dat dit geen kilo’s kost maar eerder oplevert door een goede kwaliteit te kunnen oogsten.

Foto: bonken op de eerste tros en splijttrossen

Klimaat:
Zolang er nog overschot is overdag de temperatuur voldoende hoog houden met licht, en in de nacht omlaag. De afgelopen dagen was het vaak opletten dat de windzijde niet te ver openging. Temperaturen overdag van 25-26 °C hoeft geen probleem te zijn wat betreft grofheid. Liever een groeiklimaat (iets vochtiger) dan een grauw gewas door te veel luchten. Maximum raam begrenzingen en P banden groter maken zijn dan nodig,

Afhankelijk van de sterkte van de kop zijn temperaturen van 25-28 °C vaak nodig. Laat de minimum buizen er niet te snel uitgaan op licht b.v. -20 gr 275-400 watt. Bij de teelten waar de planten nog niks over hebben voorzichtig zijn met hoge dag temperaturen. Zolang er overschot in de plant zit (krul), etmalen van minimaal 21-22 °C zien te realiseren.

Bij Tourance zal men bij veel “krul” in de kop, hier de dag langer maken. Stook door tot minimaal zon onder om voldoende generatief te sturen. Tracht dit te doen door voldoende te knijppen en de dagtemperaturen langer vast te houden mits er ALTIJD raam stand inblijft. Ga geen vochtig klimaat maken.

De buisvraag mag dan < 200-250 watt eventueel weer terugkomen.

Bij getopte planten zal de dag langer maken en hoge dagtemperaturen (> 28 °C) niet nodig zijn daar deze al voldoende generatief zijn. Hoge temperaturen op een zwakkere plant zal altijd lijden tot magnesium gebrek.

Etmaal temperaturen bij getopte plant:

  • Generatieve plant 20,5-21 °C
  • Iets groeizamere plant (krul) 21-22 afhankelijk van grofheid

Tourance:

  • Vanaf goede inworteling zal men hier minimaal etmalen van 22 °C moeten realiseren de komende dagen. Het wordt immers zonnig met hoge stralingsniveaus. Grofheid op de eerste trossen moet vermeden worden om voldoende kracht over te houden voor de laatste trossen.

Schermen:
Dit zal bij nachttemperaturen van >10 °C niet nodig zijn. Daarbij hoeft men (nog) geen hoge nachttemperaturen te realiseren en dan is schermen niet wenselijk. Buisvraag temperaturen van minimaal 40 °C zijn wenselijk.

Snoeibeleid:
Bij de getopte Speedella zien we in de praktijk dat sommige telers besloten hebben om op basis van ervaring van voorgaande jaren en planttype, en aan te houden hoeveelheidtrossen per plant besluiten om de eerste tros op 5 te snoeien. Deze trossen kan men altijd eerder oogsten en dit komt de uitgroei van de laatste trossen altijd ten goede.

Wil men voor 5 trossen of zelfs 6 trossen gaan dan de eerste tros altijd op 5 snoeien en eventueel ook de tweede tros. Trossen kunnen door dit snoeibeleid eerder geoogst worden.
Tracht altijd minimaal 1 bloem eraf te snoeien. 
Bij Tourance eerste tros op 6 snoeien.

Voeding:

  • Voldoende Calcium meegeven in het start schema (Ca gift gelijk of iets hoger dan Kali gift). Laat wekelijks een druppelschema monster nemen.
  • Ureum meegeven i.p.v. ammoniumnitraat om de pH onder controle te houden.
  • Magnesium gift minimaal gelijk houden aan de Ec gift. Dus flinke extra aanpassing op standaard schema bijvoorbeeld + 0,60 tot +0,75 mmol
  • Ec gift in de eerste weken minimaal 3,5 meegeven. Kwaliteit van de vrucht is hiervan uitgangspunt. Verder sterke celopbouw maken voor de herfst.
  • Extra aanpassing Fe en Borium.

pH zien we al vrij hoog worden. Ammonium meegeven is niet gewenst in verband met calcium opname remming door het ammoniumnitraat. Geef eventueel Ureum mee (1 kg =0,33 mmol) om de pH niet te hoog laten te worden zodat de opname van sporen (vooral Fe) niet in het gedrang komt. Bij een te schraal dun gewas eventueel SO4 gift verlagen en ook de Chloor gift naar maximaal standaard.

Watergift:
Ec gift op minimaal 3,3 - 3,5 blijven houden om een sterke celopbouw te realiseren en ook voor de kwaliteit van de vruchten.

De eerste dagen na het planten nog zorgen voor voldoende aansluiting met de pot. Geef dan over de gehele 24 uur water. Dit is afhankelijk van welk substraat maar ook van het potgewicht bij het planten. Sommige telers hebben goede ervaringen met de vochtgehalte meter de eerste dagen in de pot te steken zodat men kan zien dat deze niet inteert.

Na goede inworteling (minimaal 2-4 cm) in de mat moet men zorgen voor voldoende intering en generatief gaan sturen.

Beworteling van de mat de komende periode nog stimuleren door de beurten voldoende hoog te houden (±150-200 ml)  afhankelijk van vochtigheid substraat . Blijf goed op intering van het substraat werken en de start en stoptijd aanpassen aan de weersomstandigheden. 

Vanuit de komkommerteelt zien we altijd vrij natte matten. Door op het einde van de komkommerteelt voorzichtig met water te zijn krijgt men de mat iets droger. Toch zien nog steeds te veel matten die te nat zijn en slecht van structuur. Zorg voor voldoende zuurstof in de mat = werk op intering. Streef ernaar om het vochtgehalte naar ongeveer 60% te krijgen mits er geen ongelijkheid ontstaat. De pythium druk vanuit de komkommerteelt is dit jaar hoog en daarom is een goede structuur van de mat van essentieel belang. Maak tijdig draingaten bij en het bestaande draingat verder open maken!!!

Gewasbescherming:

Wittevlieg:
Ook dit jaar zien we weer gauw genoeg na het planten witte vlieg. Waarschijnlijk overgebleven vanuit de voorgaande teelt maar ook buiten zit zeer veel witte vlieg. Begin tijdig met de bestrijding!

  • Hang vangplaten op
  • Voer tijdig en meerder malen een bestrijding uit met middelen die werken op de levende en op middelen die larven en ei stadium aanpakken.

Meeldauw:
Sommige rassen zijn meeldauw vatbaar (bijvoorbeeld Speedella), voer een preventieve bestrijding uit als men geen  of te weinig zwavelverdampers heeft hangen.
Ieder jaar zien we bedrijven waar men toch meeldauw krijgt. Dit is in een later stadium van de teelt moeilijk dood te krijgen, ook hier geldt, voorkomen is beter dan genezen.

Pythium:
De tomatenteelt is de derde teelt die op de mat staat. Veel organisch materiaal van de oude wortels geven meer kans op pythiumdruk.
Direct na het planten een cyclus met AA Terra uitvoeren. Planten die een slecht wortelgestel hebben zullen nooit de maximale productie maken. Magnesiumgebrek, slechte uitgroei en dergelijke.