Teelttip Merlice-Onbelicht: 2 januari 2017

De meeste onbelichte Merlice teelten staan inmiddels uitgeplant.

 

Het geleverde plantmateriaal is in de regel goed, maar we zien wel de verschillende visies c.q. inzichten van plantleveranciers terug. Van zware paarse tot open en meer gerekte planten. Het percentage planten waarbij 5 bladeren tussen tros 1 en 2 zitten varieert van nauwelijks tot 35%. Bij op 3 bladeren getopte planten is dit percentage wat lager.

Bij de vroegste plantingen staat de eerste tros inmiddels in bloei en zien we de eerste zetting. Hier en daar een versteent knopje maar in de regel komt de tros goed tevoorschijn. Er zullen best wel weer de nodige verschillen ontstaan. Heb je net die paar dagen mooie dagen bij het in bloei trekken van de eerste tros of moet je met die paar dagen donker doen waar we de laatste dagen mee te maken hebben.
De ervaring leert dat als tros 1 eenmaal bloeit de opvolging wel goed komt.

Basislijn
Naast wel of geen vast folie zijn er nog meerdere verschillen qua insteek en uitvoering vanaf de start. Start je op 50 cm plantafstand of 70 cm, zijn vanzelfsprekend zaken die moeten worden meegenomen bij de te bepalen strategie. Met een bloeidatum rond de jaarwisseling streven we naar een stengel gewicht van rond de 70 gram onder de eerste tros! Om in januari nog enigszins te kunnen sturen is wel blad c.q. biomassa nodig.

Na thuiskomst worden in veel gevallen de planten gevaccineerd met Pepino virus. Dat deze behandeling van invloed is op de start en de groeiwijze van de plant moge duidelijk zijn.
De gerealiseerde etmalen die we in week 52 zijn tegengekomen liggen tussen de 16,5º en 17,5º. Dat zijn op zich lage waarden maar de buitencondities lieten tijdens deze teeltfase niet meer toe. Het zoeken naar de generatieve balans gebaseerd op voldoende kracht.

De teeltlijn is generatief van insteek.

Zorg dat het folie zolang mogelijk droog blijft. Het is bekend dat een nat folie een hogere lichtdoorlatendheid heeft maar te veel vocht in de kas mede door een druppelend foliescherm is een slecht alternatief. Door het folie boven het middenpad open te trekken (kieren) ontvochtig je tot het inwortelen voldoende (in het kader van het folie drooghouden). Ventilerend proberen het folie droog te houden kan lijden tot grote verschillen in temperatuur onder en boven het folie, waardoor de condensatie juist toeneemt.

De nacht wordt gebruikt om terug te koelen >> etmaal te sturen zodat tijdens de dag de ruimte ontstaat een actieve teeltlijn door te voeren. Vanuit de opkweek krijgt de plant in eerste aanzet een stuk vegetatie mee. Deze groeiwijze moet bij de ontwikkeling van tros 1 worden omgebogen naar nadrukkelijk generatief. Plant moet s’avonds op kleur staan. Water moet zijn verwerkt. 

Een parameter om te beoordelen of je op het juiste spoor zit is de verhouding/balans tussen groei en troskracht. Zie je dat de vegetatieve groei de overhand krijgt (meer bladproductie dan troskracht) dan is de sturing te veel op groei georiënteerd en zal een correctie in het klimaat moeten worden doorgevoerd. Gebruik de ontwikkeling/opvolging van de knoppen als leidraad!
In principe bouw je naast een koele nacht tussen 08.30 en 12.00 met een relatief koel beleid kracht en energie op en creëer je ruimte om de plant tijdens de (na)middag de plant actief en aan te zetten zodat de plant aan het einde van de dag mooi op kleur de nacht ingaat.

Belangrijk is dat al vanaf de start het namiddagblok voldoende scherp wordt ingevuld. Durf de temperatuur op te voeren richting 21,5° –  22° C met daarop 2° tot 4° lichtverhoging! Traject 75 tot 175 watt. Plant moet op kleur de nacht in.

Met een toename aan biomassa neemt het licht onderscheppend vermogen van de plant toe en zal de lijn scherper moeten worden ingevuld. De energievraag neemt toe maar de plant collecteert ook meer energie uit het licht dat binnen komt. 

Focus je vooral op de plantstand en niet op de getallen!

Het energie verbruik ligt de eerste weken rond de 0,75 tot 0,90 m3 gas, natuurlijk afhankelijk van de buitencondities. Per week neemt de biomassa toe, zal het vochtniveau in de kas doen toenemen en zul je meer moeten activeren. Krijg je geen ondersteuning van boven dan zal het via de buis moeten (een samenspel van stoken en ventileren).

Schermen (doek) is een actie die nauwkeurig moet worden toegepast. Het weer veranderd iedere dag in temperatuur, wind en wel of geen neerslag. Bij een buitentemperatuur boven de 6° in principe het doek openhouden (in combinatie met een foliescherm). Tussen 22.00 en 07.30 en 14.15 en 16.30 uur mag dit iets hoger liggen, richting 8° maar teel niet met te weinig energie input. Plant moet ook kunnen groeien, zeker daar waar virus een rol gaat spelen.

Gaat de plant te veel uitvullen de nanacht met iets meer energie warmte meegeven (niet specifiek het getal temperatuur maar gewoon iets meer buis en dat zie je in je RV-meting terug)! Werk je met alleen een beweegbaar doek dan kun je overwegen om tijdens de voorochtend het scherm om reden van temperatuursturing (deels) open te trekken en pak je tussen 11.30 en 14.00 maximaal het licht door het scherm open te trekken, natuurlijk allemaal afgestemd op de buitencondities (licht, buitentemperatuur, windsnelheid etc.)

Het streef etmaal afstemmen op de energiebehoefte van de plant. Een namiddag verhoging corrigeer je met een verlaging tijdens de nacht of het licht moet de corrigerende factor zijn. Kortom deze instellingen hebben nauwelijks invloed op je etmaal maar beïnvloeden wel sterk de plantstand!

Het middagblok bij somber, vochtig weer voldoende actief invullen >> op basis van minimumbuis en ventileren op de stooklijn bij doek dicht >> meer ontvochtigen. Minimumbuis dan opvoeren naar 50° eventueel 55° als het niet naar je zin gaat, is dan wel gelijk de maximaal buis >> alles in het kader van de 1e tros, daarna pakt de plant het ritme wel op >> als de bloei erin zit volgt de rest makkelijker!

Het verschil tussen dag donker en dag licht is factor 5 (75 tot 350 joules) laat dit goed in etmaal temperatuur tot uiting komen, tot het inwortelen zou dit een verschil van rond de T 0,5˚ tot 1,0˚ in etmaal moeten zijn, dit verschil neemt met het groter worden van de plant verder toe!

CO2
CO2 rond de 700 PPM, zodra de bloei doorzet de concentratie verhogen richting 900 PPM (start 09.00 uur stoptijd 15.00 uur). Hoe is het gesteld met de zuiverheid van de rookgassen? Tuinkers zaaien geeft wat inzicht.

Waterstrategie
Druppelen met een theelepel!
In de regel is het advies >> geen hangwater onder de pot bij het aanzetten van de eerste bloei. Betekent dat als je pot optilt er op het folie van de steenwolmat geen water ligt.

Om reden van gelijkheid is het zaak dat je met regelmaat de potten een keer verzadigd. Zodra de bloemen openspringen waken dat je niet te droog gaat zitten >> kans op verstening van het premature vruchtje.

Verder is het zaak dat de plant op kleur de nacht in gaat. Waak natuurlijk wel dat je geen ingedroogde potten oploopt. Nat of droog telen valt of staat ook en beetje met de buitencondities. Is het nadrukkelijk zonnig met een stugge noordenwind dan is het beleid minder scherp als bij een zuidwestenwind met nauwelijks licht. De druppel EC in het beheers stadium ligt in de meeste gevallen rond de 3.8 EC. De druppel pH 5.3. De beurtgrootte en druppel frequentie vanzelfsprekend afstemmen op de potmaat. 

Arbeid
Dat de trosdief zo snel mogelijk moet worden verwijderd lijkt voor de hand liggend. De benaming dief zegt al genoeg >> parasiteert op de tros in wording.

Succes!

 

Meer teelttips van Merlice lezen ? Zie hieronder voor meer tips:

[Opsomming maken van pagina’s met Merlice teelttips]

Meer weten? Neem gerust contact op met één van onze accountmanagers.

De technische informatie in dit document wordt slechts gegeven ten behoeve van een niet winstgevende proef. Individuele resultaten en prestaties van een ras kunnen van locatie tot locatie en van jaar tot jaar verschillen. De adviezen die hier worden gepresenteerd gelden als indicatie gebaseerd op ervaringen uit 2015. Advies is niet bindend en er kunnen geen rechten aan worden ontleend, aangezien lokale omstandigheden als teelt, substraat en weersomstandigheden kunnen afwijken.

Informatie die door Monsanto of haar medewerkers wordt gegeven, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, gebeurt in goed vertrouwen, maar dient niet beschouwd te worden als een garantie van Monsanto met betrekking tot prestaties en geschiktheid van haar rassen. Resultaten kunnen variëren onder invloed van klimatologische of andere omstandigheden. Monsanto aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid met betrekking tot de geleverde informatie.