Teelttip Merlice – Zomeradvies juli 2017

Zomeradvies juli 2017

In het algemeen komen we bij Merlice behoorlijke groeizame gewassen tegen, royaal qua bladvulling met een prima plantkleur. 

De onderlinge stengelvariatie kan behoorlijk zijn en de zwakkere koppen kenmerken zich in een mindere stengeldiameter, een bleke bladkleur (Fe gebrek achtig) en een duidelijk zwakker trosje. Zwakke trossen in combinatie met veel Macrolophus resulteren in knopabortie.

Ten opzichte van de groei is de zettende tros te magertjes. Een vertraagde afbloei (scheelt wel van dag tot dag) en zwakke trossen komen we regelmatig tegen, maar we zien ook gewassen met een goede balans en duidelijk meer kracht op de tros. Dit heeft naast de uitrusting van de kas ook met de teeltsturing te maken. Wat dat betreft een zomer waarbij het kaft van het koren wordt gescheiden.

De bevlieging bij Merlice is in de regel goed.

De grofheid  van Merlice varieert van 140 tot 165 gram. Valt of staat met de stengeldichtheid en vanzelfsprekend de klimaat sturing in combinatie met de CO2 input.

De vruchtkwaliteit is wisselend tot goed. Door het veelvuldig moeten spuiten tegen galmijt wordt veel vocht de kas binnengebracht. Dat gaat met behoorlijk veel water gepaard en gebeurt niet altijd op een klimaattechnisch beste moment. Op een warme plant spuiten is dan ook verre van ideaal, daarnaast zijn de klimaatcondities sterk wisselend. Momenten van sterke verdamping worden afgewisseld met het stil/terugvallen van de verdamping. De wortel reageert aanmerkelijk trager met als gevolg veel worteldruk.

De verwachting is wel dat de vruchtkwaliteit de aankomende periode stabieler wordt. We zijn de trossen vanuit de moeilijkere zettingsfase zo’n beetje kwijt. Dat zien we in de doorkleuring en het lagere percentage puntvruchten terug!

Het is de laatste periode lastig sturen. Alles wat je in een zomer kunt krijgen hebben we wel zo’n beetje gehad. Droog en zonnig weer met 2700 joules. Kogelheet en benauwde etmalen met een te hoog 24 uursgemiddelde afgezet op het licht. Zwoele nachten maar ook koelere nachten met uitstraling. Forse regenbuien met VD schokken van heb ik me jou daar. De laatste week karakteriseert het klimaat zich in de sfeer van een zon-wolken-zon situatie. Een meer vegetatieve stand reageert in de regel slecht op dit soort condities. We zien onder dit soort omstandigheden dat na een wolken partij een felle opklaring een forse opwarming van de kas oproept. Het vocht in de atmosfeer is hoog. De combinatie van deze 2 veroorzaakt een verzwakking van de tros. Mede doordat de plant de verdamping op basis van het hoge vocht en de sterk doorkomende zon te traag oppakt. Dit resulteert in een kortstondig oplopende koptemperatuur, de plant duikt in de overleef modus. De zettende tros is dan veelal het kind van de rekening, vooral ook op de punt van de tros. We komen kas en plant-temperatuurpieken van 27º en meer tegen bij een buitentemperatuur van amper 22º. Het gaat dan vooral om de snelheid waarmee het klimaat veranderd.  Vervolgens zijn we de temperatuur die in de kas wordt opgebouwd niet zo snel kwijt, een na-ijl effect en dat zijn zaken die het vegetatieve proces binnen de plant alleen maar verder versterken.

Kortom, het advies is de lijn luchtig in te stellen.

Er verandert de aankomende weken niet zoveel > trosje eraf en een trosje eraan, plantbelasting blijft gelijk, wel neemt het buitenlicht af.
Het anticiperen op de buitencondities blijft wat dat betreft het credo.

De nachtinvulling afstemmen op wat je overdag hebt weten te maken. Een sombere vochtige dag waarin je nauwelijks sturing hebt kunnen geven, een klimaat waarbij het gewas vooral mals en dun komt te staan vraagt om een nachtcorrectie. Door de nanacht koel in te stellen, in de sfeer van 16,5º stoken en 17º ventileren roep je wat stugheid op. Passend op een mals en vegetatief gewas. Bij veel licht en hogere VD’s kan een warmere nanacht worden doorgevoerd.

De namiddaginvulling afstemmen op de lichtsom. Knijpen is alleen toepasbaar als voldoende hardheid en generativiteit is opgebouwd en dat lukt in de regel pas vanaf 1850 joules buitenlicht met hogere VD’s.

De verschillen in plantstand worden behoorlijk beïnvloed door de uitrusting van de kas maar zeker ook door de nokrichting. Daar waar de zon om 12.30 recht op de nok staat zien we meer generativiteit dan waar de zon dwars op de kas schijnt. De lichtdoordringing tijdens de hoogste stralingspieken hebben behoorlijk invloed op de groeiwijze. Dan zien we zowel op de doorgroei van het middenvrucht als de kopstand. De creëren van de balans tussen vegetatieve en generatieve groei gaat wat makkelijker. De plant wordt meer gestuurd door plantbelasting en meer activiteit lager in het gewas.

Nu het buiten frisser wordt (de voorspellingen voor de aankomende week) moet je de minimumraamstanden tijdens de nacht NIET op energievraag dicht laten lopen >> Of meer buis of een lagere kastemperatuur accepteren. De kas niet in het vocht laten lopen en beslist geen “doods” klimaat creëren! Zwel en krimpscheuren liggen op de loer. Zeker als het windstil is. Gebruik de ventilatievoud om een oordeel te vellen hoe het binnen klimaat zich ontwikkeld.

Bij heldere koude ochtenden de nachtbuis langer doortrekken. Is het zwoel en regenachtig, de buis uit. Stimuleer een plant niet tot verdamping met de wetenschap dat je het geproduceerde vocht de kas niet weet uit te krijgen.

Opstoken met de buis blijft noodzakelijk, >> vooral op zonnige dagen >> tussen 07.30 en 09.00 uur kan de zon nijdig doorkomen. Betekent een snelle opwarming van de kop >> staat de onderkant van de plant nog in de uitstand door onvoldoende of geen opwarming/buisvoering gaat er een onbalans in de waterhuishouding ontstaan >> de kop verdampt en de wortels en de onderkant doen nog niet mee (staan nog in de uitstand) >> vocht wordt uit de stengel en vruchten onttrokken om de kop op spanning te houden, de verdamping aan te vullen. De stengel wordt leeg getrokken >> geeft de bekende laddering in de stengel met alle problemen van dien (gele stengels <> vatbaarder voor Botrytis, Fusarium.

Wanneer het vocht tijdens de 2e helft van de voornacht inzakt is het aan te bevelen eerder te starten met een buisje.
Bij een voornacht van 14º is een buis van 30º tot 32º voldoende (scheelt 18º tussen planttemperatuur en stralingswarmte afgifte van de buis).

Investeer in je gewas!

Durf de voornacht in te luchten en een snelle afkoeling te bewerkstelligen. Opbouw van worteldruk, is goed voor je Calcium transport en het oppompen van je vruchten en stengeldiameter. Door de ontvochtiging wordt het blad wat dikker en korter. Je verliest via de huidmondjes toch wat vocht. Gunstig voor de generatieve sturing. Droogtrekken van de bloem is meer een mei, juni fenomeen.

Waterbeleid >> waak dat je te droog uitkomt op dagen met 1000 joules buitenlicht maar wel een etmaal van 20º en/met meer dan 2 m/sec wind >> je meet geen actief licht maar de klimaatcondities zijn dat wel. Je komt met je gift zomaar te laag uit.

Tijdens de nacht, om reden van generatieve sturing en het werken aan een sterk en actief wortelsysteem, de intering gaan verhogen. Dat doen we door de stop en aanvulmoment naar voren te halen. We zijn alweer halverwege juli, de nazomer is in aantocht een fase waarin de vegetatie toeneemt. De mat heeft alweer het nodige aan water verwerkt, de wortels zijn onderhevig aan slijtage, de plant lengte die Merlice met zich meedraagt en dus wat zwakker wordt, de watertemperaturen zijn van invloed op je zuurstofniveau, de mat wat natter wordt.

Kortom werken aan de balans en vooral je wortels is het credo, teer tijdens de nacht alweer een paar procentjes meer in. Werken aan zuurstof in de mat wetende dat de wortels de motor van je plant zijn.

Stem de druppel EC op je bloemkleur af. Deze zal tussen de 2.8 en 3.2 punten liggen.

Streef mat EC 4.5 tot 5.0 punten. Daar waar de natriumwaarden boven de 5 mmol liggen de mat EC een half punt hoger accepteren.

De verschillen in buitencondities zijn groot. Stuur daar nadrukkelijk op. Kijk naar de instralingniveaus (intensiteit). Hoeveel joules gaan we krijgen. Wat is de buiten RV, de windsnelheid en windrichting. Kortom maak een studie van het weertype dat te verwachten valt en stem dar je EC beleid op af. Laat de mat EC niet oplopen!

Zoals gezegd, we gaan van het licht af. Zorg dat je arbeid technisch alles op de rit hebt staan. Aan blijven met bladsnijden en de koppen maximaal spreiden. Gun iedere plant hetzelfde licht!! Streef naar plantgelijkheid. Iedere zwakke plant vormt een risico in de pathogene sfeer.

Laat geen stompen staan en draai strak (geen pijl en bogen).

Een kopblaadje plukken is voor de hand liggend maar maak tezamen met het wegnemen van de kopdief geen te grote wonden. Kans op kopbreuk en Botrytis. CO2 vanzelfsprekend maximaal!

We komen enorme Galmijtproblemen tegen. In de meeste gevallen net controleerbaar maar als je kijkt naar de toepassingsmethoden, de hoeveelheid galmijten die uiteindelijk overblijven is geen sprake meer van een optimale teeltsturing. 10% groeiderving is nauwelijks meetbaar maar onder dit soort condities zeker een gegeven. Maar er rest niets anders.

Naast galmijt neemt de Nesi druk toe. Komen we naast wittevlieg Bemisia tegen. Zien we door het wisselvallige weer bij tijd en wijle Pepino virus de kop op steken en dan mogen we de Crazy Roots niet vergeten.

Kortom de teelt staat bol van bedreigingen. De druk op de diverse bedrijven is dan ook hoog! 

Meer weten? Neem gerust contact op met één van onze accountmanagers.

De technische informatie in dit document wordt slechts gegeven ten behoeve van een niet winstgevende proef. Individuele resultaten en prestaties van een ras kunnen van locatie tot locatie en van jaar tot jaar verschillen. De adviezen die hier worden gepresenteerd gelden als indicatie gebaseerd op ervaringen uit 2015. Advies is niet bindend en er kunnen geen rechten aan worden ontleend, aangezien lokale omstandigheden als teelt, substraat en weersomstandigheden kunnen afwijken.

Informatie die door Monsanto of haar medewerkers wordt gegeven, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, gebeurt in goed vertrouwen, maar dient niet beschouwd te worden als een garantie van Monsanto met betrekking tot prestaties en geschiktheid van haar rassen. Resultaten kunnen variëren onder invloed van klimatologische of andere omstandigheden. Monsanto aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid met betrekking tot de geleverde informatie.